Piggen.org

Horloges.

Ik volg het nieuws wat betreft smartwatches en wearable tech een beetje en ik vind het allemaal helemaal niets. Ik ben sowieso altijd wat later qua technologie – mijn vrienden hadden allemaal eerder tablets en smartphones met touchscreen – maar een smartwatch zie ik mezelf, voor dagelijks gebruik, echt niet kopen. De Moto 360 is op het moment de meest besproken smartwatch, vanwege Android Wear en de vormgeving die het meest in de buurt komt van een traditioneel horloge. Maar weet je wat pas écht lijkt op een traditioneel horloge?

Noem me ouderwets, maar ik houd van mechanische horloges, waar je alleen de tijd en datum op kunt zien. Ik kan voor mezelf één voordeel van smartwatches benoemen en dat is om bij het sporten gemakkelijk de statistieken te zien – zoals ik al eens in een artikel over de Pebble las. Voor de rest hoef ik geen tweets of Facebook-berichten, geen weers- of verkeersinformatie en geen foto’s op mijn horloge. Omdat het op zo’n klein schermpje is, maar ook omdat ik weleens denk dat we met z’n allen knettergek worden van alle digitale prikkels de hele dag. Al kan dat ook aan mij liggen. Ik zet zelf graag zo veel mogelijk synchronisaties en notificaties uit, en ook iets als Google Now gebruik ik niet. Aan mijn lijf geen digitale polonaise, denk ik dan maar.

Vrolijke kleurtjes, megabedrijf

Mijn eerste horloge was een Swatch, met allemaal vrolijke kleurtjes. Toen ik me meer in horloges ging verdiepen was zo’n beetje het eerste dat ik leerde hoe groot de Swatch Group is; bijna twintig merken – van kleurrijke kinderhorloges tot modellen van tienduizenden euro’s – en zowat een monopolie qua fabricage van (mechanische) uurwerken. Ook in de horloge-industrie is veel terug te herleiden tot enkele grote spelers.
Volgens mij was het horloge erna een Casio, maar ik weet niet meer precies wat voor eentje – in ieder geval geen G-Shock, die toen (al) gaaf waren. Het kan goed zo’n geval met allemaal kleine knopjes zijn geweest, waarmee je ook rekensommen kon maken. Dat was ook wel gaaf.
Ergens aan het begin van de middelbare school kreeg ik een Festina. Van staal en met zo’n duikring, waarmee het zo leuk spelen is. Daar heb ik jaren mee gelopen en ik voelde me helemaal het heertje op het schoolplein. Ook toen al krijg je weleens opmerkingen dat horloges voor mensen zijn die op tijd moeten zijn. Dat vond ik raar, want iedereen moet toch op tijd zijn.

Een paar jaar geleden kocht ik een Pulsar. Na de hele stad doorkruist te zijn was die, met gouden/goudkleurige accenten, het helemaal. Kennelijk was ik de enige, want nog járen later zag ik het ding terugkomen in eendagsaanbiedingen op internet en in de etalage van de Lucardi. Maar ik vond het een mooi horloge, en dat vind ik nog steeds.

Haute horlogerie

Het valt alleen toch een beetje in het niet bij mijn huidige Hamilton (Jazzmaster Viewmatic – Swatch Group), die ik van mijn ouders voor mijn afstuderen kreeg. Dat is toch allemaal weer een treetje hoger – al is het op de absolute horlogeladder nog steeds ergens onderaan. ‘Swiss made’ en met een automatisch uurwerk. Dat laatste vind ik interessant, want dat betekent dat de wijzers worden aangedreven door een stelsel van tandwieltjes en veertjes. Als ik door de glazen achterkant kijk, zie ik een balanceerwieltje draaien, met daarin een minuscuul veertje. Als ik het horloge beweeg draait er een rotor mee, die het uurwerk opwindt. Als ik het meer dan een dag niet
draag staan de wijzers ook stil. Dat is een van de nadelen. Een ander klein puntje is dat een horloge van de kermis preciezer loopt. Een batterij-aangedreven (quartz-)horloge tikt precies per seconde. Mijn klokje loopt ruim binnen de marges, maar als ik het ijk met Teletekst loopt het per 24 uur toch een paar seconden voor. Ik heb het er graag voor over en ben erg blij mee. Ik zou er uren naar kunnen kijken. Om niet onbeleefd over te (kunnen) komen doe ik hem ook maar niet om naar (eerste) dates.

Er zijn trouwens twee merken die ik op een bepaalde manier wel bijzonder vind: Seiko en Rolex. Seiko omdat je je er nooit een buil aan kunt vallen. Voor minder dan honderd euro koop je een quartz-horloge waar je jarenlang plezier van kunt hebben, en voor iets meer dan honderd euro heb je een automaat. Aan de andere kant van het spectrum hebben ze het submerk Grand Seiko, dat qua precisie en afwerking op zijn minst schijnt te kunnen wedijveren met het beste uit Zwitserland.
Rolex vind ik interessant vanwege de hoogstaande en onafhankelijke manier waarop de horloges gemaakt worden. Ik heb er eens een aardig artikel over gelezen en dan blijkt dat ze zo’n beetje alles in eigen beheer maken – tot aan een eigen goudgieterij – en dat met een enorm perfectionisme. Veel merken horen bij een groot concern – zoals Swatch, maar ook LVMH, Richemont of Seiko – maar Rolex is zelfstandig en dat vind ik altijd wel iets hebben. Er is de nodige animositeit jegens het merk, maar dat is vaak onwetendheid – zowel van de drager als de aanschouwer – en maakt het voor mij niet minder mooi.

Ik ben dus blij met mijn Hamilton, maar het kan allemaal nog veel mooier en ik vind het ook leuk om te zien dat er ook nog weleens een geintje in het ontwerp wordt gebru?ikt. Zoals bij dit 007-horloge, of de Omega (Swatch Group) hiernaast. Een secondewijzer als een wesp op een verder strak horloge van een paar duizend euro. Schitterend. Als ik later groot ben, dan weet ik het wel.
Als we het echt hebben over de absolute top, de haute horlogerie, dan bestaan er nog allerlei extra functies – complicaties – in het uurwerk, die het vakmanschap van de maker tonen. Dat zijn dan zaken als maanstanden, verschillende tijdzones en repeaters om de uren en minuten met belletjes aan te geven. Het record is momenteel 36 complicaties in een horloge van 2,7 miljoen dollar. Er zijn vast ook apps voor dat soort dingen, maar dat is toch anders.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *