Piggen.org

Naar Berlijn.

Of ik chauffeur wilde spelen voor de werkgever van mijn moeder, die op een beurs in Berlijn moest staan. Maandag heen, donderdagmiddag terug, en in de tussentijd lekker rondhangen. Berlijn, altijd leuk.

Zo vertrok ik op een maandagmorgen met de Volkswagen Sharan vanEen deelnemer aan de Carbage Run. de zaak naar Zwanenburg, om daar spullen en een collega op te halen.  immer gerade aus naar Berlijn. Daarna was het bijna letterlijk immer gerade aus naar Berlijn. Onderweg kwamen we veel deelnemers van de Carbage Run tegen. Op zich hartstikke leuk, maar sommige walmende brikken zetten de hele snelweg blauw en dat is dan weer een beetje gevaarlijk. Verder waren er ter afwisseling de bekende Duitse wegversmallingen.

Net als in de films

Na het uitladen bij de Berlin Messe ging ik m’n hotel zoeken, waarvan ik alleen het adres wist en globaal wist waar het lag – Potsdamer Strasse. M’n internet deed het even niet en ik heb een strikt niets-vragen-beleid, dus ik begon maar te lopen. Bij een U-Bahn-station liep ik naar beneden, maar ik kon daar geen routekaart vinden en ben toen maar weer gaan lopen. Hoe ver kon het nou zijn.
Na een kilometer of twee snak ik toch naar sneller vervoer en neem de S-Bahn naar Friedrichstrasse. Daar haal ik bij de supermarkt twee flessen bier en eet ik bij McDonald’s, waar ik aan m’n koffer een fles openmaak en die een beetje verdekt opdrink. In Duitsland hebben ze (permanent) de McRib, dus die probeer ik dan maar. Van dit station moet ik dan nog naar station Yorkstrasse en dan nog een stukje lopen naar m’n hotel.

Ik houd van hotels. Ik kom er niet zo vaak, dus ik vind het dan altijd wel bijzonder, zo’n bed ver van huis. Dat je dan ook niet zelf op hoeft te maken. Een vast ritueel van mij is dat ik op de rand van het net nog even langs de televisiekanalen zap, zonder echt ergens naar te kijken. Net als in de films. Ik vind het ook altijd heerlijk als er een bad is, maar dat is hier helaas niet het geval.

Rondje musea

Na het ontbijt – dat haal bij de Lidl en eet ik op een bankje op – ga ik maar lopen. Ik wil musea bezoeken. Via Potsdamer Strasse, de Brandenburger Tor en diverse ambassadegebouwen kom ik bij het Deutsche Historische Museum. Daar koop ik meteen maar een kaart waarmee ik in drie dagen naar een hoop musea kan.

De Buste van Nefertiti, zoals te zien in het Neues Museum in Berlijn.

Mooi museum, dat Historisch Museum. Veel informatie over oude volken, keizers, kanseliers, technologische ontwikkelingen en oorlog – natuurlijk een lokale specialiteit. Er is een mooi kaartje van de Europese landsgrenzen door de eeuwen heen, waarop Nederland pas in 1648 verschijnt omdat het toen door de Spanjaarden werd erkend.

Vlakbij is het Museuminsel, waar Berlijns meest vooraanstaande musea staan. Ik begin bij het Neues Museum, waar veel moois uit het oude Egypte te zien is. Schilderingen, beelden, sarcofagen en als hoogtepunt de Buste van Nefertiti. Al ben ik verder niet het type om daar langer dan vijf minuten bij stil te staan. Ik lees de beschrijving, loop er een rondje omheen en loop weer door. Daarbij moet ik lachen om andere bezoekers, die vanuit een aangelegen zaal foto’s maken, aangezien dat bij de buste zelf niet mag. Ik zie er überhaupt het nut niet zo van in om foto’s te maken van iets waarvan al 100.000 foto’s op internet te vinden zijn, maar goed.

Een ander bekend museum is het Pergamonmuseum, het meest bezochte van heel Duitsland. De collectie van het Pergamon bestaat uit Assyrische, Babylonische en Perzische, en Islamitische kunst- en bouwwerken. Het museum is genoemd naar het Pergamonaltaar. Het zag er indrukwekkend uit op plaatjes en daar moest ik het ook mee doen, want dat deel van het museum werd op het moment gerenoveerd. Bleven over de Isjtarpoort, de Marktpoort van Milete, en de Islamitische kunst. Die poorten hebben ze ook helemaal nagebouwd met originele stenen. Mooi om eens gezien te hebben, maar zo’n Historisch Museum vind ik eigenlijk veel leuker en leerzamer.

Observaties

Ik vind het een leuk volk, die Duitsers. Het begint er al mee dat ze de hele dag door bier drinken. Dat is natuurlijk een beetje generaliserend, maar je ziet ‘s middags wel de een na de ander met een blik bier in de metro stappen. In Nederland vinden we dat toch altijd een beetje raar. Bijna niemand loopt of fietst verder door het rode licht. Het lijkt allemaal zo geordend. Vergeleken met Nederland tillen ze ook de trend van de gescheurde broeken – de eerste keer in mijn leven dat ik een trend terug zie komen – naar een nieuw niveau. Het lijkt hier of ze die broeken eerst in een maaimachine hebben gegooid.
En dan de taal. In de S-Bahn wordt op een gegeven moment Westkreuz omgeroepen. In Nederland heet dat een knooppunt, maar ‘kreuz’ is dan veel korter en krachtiger. Mooi woord. Kroitz.

Tijd om te eten. Ik ben dan inmiddels bijna een etmaal in Berlijn en ik heb nog geen currywurst op. Dat kan niet. Zul je altijd zien dat je dan geen worsttentjes meer tegenkomt, maar uiteindelijk vind ik iets om de hoek bij het hotel. Een currywurstmenu en een bier verder zit ik weer op mijn hotelkamer. Ik ben dan best moe van al het gewandel, dus ik ga verder niet meer de stad in. Tenminste, niet verder dan de supermarkt voor bier. Grappig dat hier gewoon de pilscultuur blijft heersen, terwijl de schappen in Nederland tegenwoordig uitpuilen van de (regionale) speciaalbieren. Misschien zijn die flesjes gewoon te klein voor Duitsers.

Treintjes, nazi’s en schietparaplu’s

In mijn informatieboekje viel het Deutsches Technikmuseum al op, dus dat staat woensdag op het programma. Een lel van een museum,

De binnenzijde van een voor jodentransporten gebruikte treinwagon, te zien in het Duits Techniekmuseum in Berlijn.

waar je volgens mij in een dag nog niet alles fatsoenlijk kunt zien. Er zijn meerdere hallen met treinstellen, waar ik alleen al een uur of twee aandachtig ben gelopen. Er stond daar ook een treinstel dat gebruikt is voor jodentransporten. Je kon er ook in gaan staan, wat een rare ervaring was.
Na de treinen maak ik wat meer haast. Onvoorstelbaar waar hier allemaal aandacht aan wordt besteed. Windmolens, bierbrouwen, fotografie en video, wetenschappelijke instrumenten, medicijnen, vliegtuigen, scheepvaart, kleding, papier, computers. En dan ook uitgebreid. Niet een schaalmodel van een vliegtuig met wat informatie, maar hele vliegtuigen in een hal. Ik ben nog nooit zo lang in een museum geweest.

Na een late lunch – dürüm döner en bier – ga ik naar Topographie des TerrorsDat is een (gratis) museum over de nazi-praktijken, op de plaats waar ooit de hoofdkwartieren van de Gestapo en de SS stonden. Ik vind de oorlog erg interessant – mede daarom ben ik graag in Berlijn – dus hier kon ik me ook goed bezighouden.
Over nieuwe bestemmingen van oude nazi-locaties gesproken: in het gebouw van de Luftwaffe zit tegenwoordig het Duitse ministerie van financiën. Een paar jaar terug zei een gids tijdens een rondleiding nog dat de belastingdienst er zit. Dat klinkt natuurlijk leuker.

Dan heb ik nog een uurtje de tijd om naar het Spionagemuseum te gaan. Gewoon lacEen boodschap verstopt in een holle walnoot, zoals te zien in het Spionagemuseum in Berlijn.hen, maar het is ook behoorlijk uitgebreid. Met een geschiedenis van spionage – de oude Egyptenaren hadden al informanten aan de randen van hun imperium – maar vooral veel attributen. Een camera in een bh, een boodschap in een walnoot, een spionage-Trabant, een camera in een schoen, een Enigma-machine, een pistool in een handschoen, een paraplu die giftige pijltjes afschiet. Dat laatste noemen ze een Bulgaarse paraplu, nadat zo’n ding in 1978 is gebruikt bij de moord op een Bulgaarse dissident.

Culinair Kreuzberg

Voor het avondeten ga ik maar eens aan de wandel in Kreuzberg. Een vriend bericTwee currywursten met brood en bier, gegeten bij Curry 36 in Berlijn.ht dat hij in Berlijn ooit een grote dürüm döner heeft gehad en dat lijkt me wel wat. Ik kan het alleen nergens vinden, ondanks een flinke wandeling door Kreuzberg. Wel normale dürüm döner natuurlijk, maar dat had ik die middag al op. Misschien zijn grote dürüms niet zo populair meer in Kreuzberg. Veel eettentjes zijn er ook behoorlijk vegan.
Terug aan het begin van de wijk neem ik currywurst met brood en bier – het bier werd gelukkig apart geserveerd. Dit tentje zou volgens bronnen op internet het beste van heel Berlijn zijn, dus dat is ook iets. Even verderop staat een kebabtentje, dat datzelfde internet in zijn genre het beste is. Er staat alleen zo’n achterlijk lange rij dat ik er nooit van m’n leven in zou gaan staan, al hadden ze grote dürüm.

Donderdagochtend kan ik nog naar één museum voordat de stand weer afgebroken moet worden: het Medizinhistorisches Museum. In het kort laten ze daar zien hoe de medische wetenschap zich heeft ontwikkeld sinds de eerste persoon die het idee had om een dode open te snijden. Instrumenten, radiologie, behandeling van allerlei aandoeningen en verwondingen. En veel dingen op sterk water. Je moet er een beetje een sterke maag voor hebben, maar het is erg interessant. Er was ook een tentoonstelling over forensische opsporing. Van die Dexter-achtige toestanden, met bloedspatten en zo.

Het afbreken van de stand moet ik alleen doen en duurt veel langer dan verwacht – vooral omdat ik van die Duitsers pas laat de auto mag gaan halen om in te laden. Mijn avondeten bestaat daarom uit een bus chips en een radler, die ik van een andere standhouder krijg. Waar zouden ze in Utrecht een grote dürüm döner hebben?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *