Piggen.org

Naar de Eagles.

De voetbalclub uit Deventer, voor de duidelijkheid. Vriend Harro zit zo’n beetje elke twee weken in het stadion en ik moest ook maar eens mee. Bij de bekerwedstrijd tegen Feyenoord van een paar weken geleden was het dan zo ver. Niet helemaal toevallig, want ik ben voor Feyenoord.

De reis per Skoda Citigo verliep voorspoedig en voor het avondeten schoven we aan bij cafetaria IJsbeertje – eerder het eindpunt van een bezoek aan Deventer (klik). Het was woensdag, dus puntzakken friet voor een euro. Alleen aten we van een bord in het zitgedeelte en dan gaat dat feest kennelijk niet door. Ik nam er een Grolsch – Heineken kon ook – en een Kwekkeboom-kroket bij. Over dat laatste zei Freddie, de eigenaar, dat hij die sinds kort weer in het assortiment had, en ze lekkerder vond dan Van Dobben. Kwekkeboom was meer gepeperd. Het is mij wat betreft premium-kroketten altijd om het even geweest, maar toch leuk dat ze ze allebei hebben. Het bord met het hele assortiment ‘supertjes’ van One-2-Eat stond er ook nog steeds.
Grappig vond ik verder de emblemen van friet- en snackmerken aan de muur. In cafés hebben ze ze van biermerken, maar hier dus van Mora en Van Dobben. Op de tafels stonden frietkruiden. Het zijn dat soort dingen waarmee je een 9,1 op Eet.nu verdient.
Een vriend van Harro ging mee naar de wedstrijd en at ook een frietje mee. Er werd gepraat over voetbal, de avonturen van hun vrienden, en de aankomende Bathmense kermis. Bij het afrekenen – contant, want pinnen kan er niet – maakte Harro zijn rekening van €6,65 af op €7. Mijn €7 gaf helaas maar ruimte voor een lullige €0,05 fooi. Toch de eerste keer dat ik fooi geef in een friettent.

Dichtbij

De auto parkeren doe je gewoon in de woonwijk, om dan mee te lopen in de rood-gele stoet naar de Adelaarshorst. Er is een huis in de Vetkampstraat dat helemaal thematisch versierd en verlicht is, en waar van achter het raam een ouder echtpaar naar de voorbij lopende mensen kijkt. Het zal vast nooit vervelen.
Bij de ingang treffen we nog wat vrienden van Harro. In de rij voor de tourniquets kijk ik om me heen en durf ik aan het gevolg wel te vertellen dat ik voor Feyenoord ben. Waarschijnlijk wisten ze dat al wel. We zitten ook in hetzelfde schuitje, want zowel Feyenoord als de Eagles kan wel een overwinning gebruiken. Niet alleen om een ronde verder te komen in de beker, maar ook voor het vertrouwen.
Het is na dat van Ajax, Feyenoord (klik), FC Utrecht en Willem II het vijfde stadion dat ik bezoek, en het is dus heel klein. Een capaciteit van 8.011 lijkt hoog voor wat ik zie, maar dat maakt natuurlijk allemaal niet uit. Net als dat het hele complex een beetje van containers te lijkt te zijn gemaakt. Maar het is knus en gezellig. Een uitbreiding naar 12.000 plaatsen zit in de pijplijn, maar volgens Harro is de architect een fanatiek bezoeker en zullen de lichtmasten altijd vrij blijven staan.

We halen wat te drinken – ik een grote bier, Harro een kleine – en gaan naar de tribune. De staantribune, want in Deventer houden ze niet van zitten. Het is ook meteen de grootste staantribune van Nederland. Aangezien zittribunes veiliger zijn moeten de supporters zich gedragen om deze tribune te behouden. Van mij zullen ze in ieder geval geen last hebben. Ook omdat hier, op de Brinkgreverwegtribune, de fanatiekelingen zitten.
Zoals je bij het looppad naar de tribune al vlak langs de stewards loopt, zo is ook het veld heel dichtbij. In veel stadions zit er een gracht tussen het veld en de tribunes, maar hier niet. Het is onderdeel van de Engelse sfeer waar de Eagles prat op gaat. Het levert je een boete en een stadionverbod van een paar jaar op, maar met wat doorzettingsvermogen moet je hier wel het veld op kunnen komen. Om die reden is het uitvak, aan de andere kant van het veld, aan alle kanten omringd met veiligheidsglas. Er zit ook geen net achter het doel, dus met een beetje pech krijg je een bal tegen je kop. Zo kan een heel vak dezelfde ervaring hebben als ik, wanneer ik als keeper wordt ingeschoten door mijn eigen team.

Megafoonmannetje

Rechts van ons is de eretribune. De stoeltjes daar zijn wat mooier en de business seats al helemaal. Op het dak staat een soort bouwkeet met een antenne er op; de commentaarunit. Er staan ook wat camera’s bij en volgens Harro trilt de virtuele reclame, die je op televisie naast de doelen ziet, mee als het flink tekeer gaat hier.
In ons eigen vak hebben we met ‘megafoonmannetje’ een bezienswaardigheid. Dat is een kerel die de drang had om tijdens een wedstrijd overal in te klimmen, waarna ze voor ieders veiligheid maar een soort kraaiennest voor hem hebben gebouwd. Als hij er niet is, dan is het kraaiennest ook leeg. Hij heeft alleen geen megafoon en als ik er naar vraag, dan blijkt dat een of andere televisiecommentator dat ooit heeft verzonnen – wellicht om toeristen voor de gek te houden. Megafoonmannetje zweept de boel lekker op en ziet zelf verder niet zo veel van de wedstrijd.

Ik kijk graag naar voetbalsupporters. Hoe ze met elkaar praten, hoe ze met denkbeeldige gele of rode kaarten zwaaien, hoe ze alles beter denken te zien dan de arbitrage, hoe ze veel roken en tegelijk veel synthetische kleding dragen, en hoe ze juichen. Ook hoe ze zingen, en dan vind ik het wel grappig hoe overal zo’n beetje hetzelfde wordt gezongen. “I’m [eigen club] till I die, I’m [eigen club] till I die. I know I am, I’m sure I am, I’m [eigen club] till I die” bijvoorbeeld, of “wie niet springt, die is voor [rivaliserende club]” – in dit geval Zwolle. Er werd ook nog wat gezongen over de moeder fan Feyenoord-keeper Vermeer, maar dat kon ik niet zo goed verstaan verder.

De Eagles wonnen de wedstrijd. Hoewel dat de sfeer op de tribune alleen maar ten goede kwam en het hartstikke gezellig was, was ik toch vooral teleurgesteld. Het was een mooie ervaring en ik was overal dicht bij, maar dus niet bij een overwinning voor Feyenoord

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *