Piggen.org

Naar Münster.

Vriend Hans(ie) was jarig en als cadeau kreeg hij een weekendje Münster van en met ons. In de eerste plaats een leuk stadje, maar we gingen er vooral heen voor de wedstrijd van SC Preußen Münster tegen SpVgg Unterhaching. Die spelen in de ‘Dritte Liga’, maar de verwachting was dat het toch van enig niveau zou zijn. Alles is immers goed in Duitsland. Reisleider Jules wist uit te leggen dat er in de regio wel meer voetbal op dit niveau wordt gespeeld – FC BIMB ’08 gaat niet bij Dortmund zitten – maar dat ze nergens nog zo’n stadion hadden als in Münster.

Jules en ik zouden rijden. Jules in een Kia Soul, ik in een BMW 316i (1994). Na het ophalen van mijn plukje mensen, werd als bestemming de Fiffi-Gerritzen-Weg 1 ingevoerd en de reis aangevangen. Afgezien van een kleine file net buiten Utrecht verliep die voorspoedig. Bij ‘verzorgingsplaats Bolder’ kwamen we samen voor koffie (en Snickers) bij het AC Restaurant, en om daarna samen op te rijden. Op de wiki van AC Restaurants las ik nog dat het in 1963 is begonnen als onderdeel van Albert Heijn. AC staat ook voor ‘Alberts Corner’.

Je bent er eigenlijk zo. Nadat je bij Enschede over de grens bent gegaan is het nog ongeveer een uurtje. In Duitsland kom je dan al snel op van die driestrookswegen – met afwisselend één of twee rijbanen voor elke richting – wat even wennen is. Het schijnt prima te werken, en in Nederland hebben we ze inmiddels ook, maar je moet er toch niet aan denken dat er iemand aan de andere kant even niet oplet en met 100km/h frontaal op je klapt. Niet dat het gelijk een pretje is om op een Nederlandse tweebaansweg met 80km/h tegen iemand aan te rijden, maar toch. Het valt ook op dat de Kia Soul ongeveer dezelfde crèmekleur heeft als Duitse taxi’s. Die verwarring heb je niet met het moreagrün van mij(n moeders auto).

Grote cola

We parkeren op P2. Voor €2 krijg ik een Parkschein, dat mede mogelijk wordt gemaakt door Damhus – ‘Die Meistergriller’. Daarmee is mijn dag eigenlijk al goed.
De hoofdingang is om de hoek, waar je bij een rij kleine loketten de kaartjes moet kopen. Een kaartje voor Block N kost €10, en dan kun je een clubkrantje erbij pakken. Na een tourniquet en fouillering staan we op het terrein. Daar staan verder een kraampje met fanartikelen en de nodige eet- en drinkgelegenheden. Naar goed Duits gebruik haal ik bij Damhus een curryworst. Kennelijk praatte ik bij het bestellen heel onduidelijk, want in eerste instantie was de reactie “ein Frikandel?” – zoals je wellicht weet is dat niet de snack die wij kennen, maar een soort gehaktbal.

Het was best een aardige worst en daarmee liep ik naar beneden, naar de tribune. Het veld ligt namelijk in een kuil. Block N is achter een van de doelen, naast de harde kern. Voor de echte derde-divisie-ervaring hebben we staanplaatsen. Dat is bij Preußen Münster niet zo raar, want van de 15.050 plaatsen zijn er 13.488 van het type ‘onoverdekte staanplaatsen’. Geen probleem, want het is lekker weer en er zijn hekjes tegen het omvallen.

Aangezien ik nog moet rijden, sla ik het bier over. Voor een ‘grote’ alcoholvrije bier zou ik het ook nog doen, maar dat hebben ze niet. Dan maar cola. Ze doen het niet voor minder dan een halve liter, en met drie keer drinken heb je dan anderhalve liter cola op. Dat was even geleden voor me.
Gedurende de wedstrijd krijg ik weer honger en ga ik nog een worst halen. Ook deze medewerker verstaat me niet goed en ik krijg friet met een curryworst. Dat vond ik eigenlijk niet iets om over te klagen, maar je gaat je toch afvragen waar ik dan ergens ‘pommes’ gezegd zou hebben. Zo’n worst met friet is een beetje een Duitse kapsalon. Friet onder in het bakje en daarop stukjes worst, tomatensaus en kerriepoeder. Erg lekker.

Zoals altijd wanneer ik een stadion ben geweest, heb ik over de wedstrijd zelf weinig te melden. Het niveau lag in ieder geval niet hoog en Münster won met 2-0. Ik kijk ook altijd liever naar de mensen om me heen. Aangezien we naast de ultra’s stonden, is er genoeg te vertellen. Om te beginnen hebben die lui hele grote vlaggen, die ons het zicht behoorlijk ontnamen. Het tweede doelpunt – een intikker van dichtbij – heb ik helemaal niet gezien. Op die groen-wit-zwarte vlaggen stond vaak de afbeelding van Felix ‘Fiffi’ Gerritzen, die van 1950 tot 1958 voor Preußen Münster speelde en vier keer het Duitse elftal haalde (één doelpunt). Een beetje de Barry van Galen van deze club.
Ze waren ook de hele wedstrijd aan het zingen. En ik niet anders zeggen dan dat het toch raar klinkt als Duitsers dat massaal aan het doen zijn. Terwijl ze, naast de gebruikelijke voetballiedjes, dingen zingen als ‘Hup hup Münster, scoor een goal’. Zo gerieflijk vind je het in Nederland niet. Maar toch. Er was – uiteraard – iemand met een trommel en, in tegenstelling tot bij de Go Ahead Eagles, iemand met een megafoon om de boel op te zwepen. Die kerel was zo bezig dat hij wel íets gebruikt moest hebben. Aan de rand van het veld zat een man in een rolstoel, met spaakbeschermers in clubkleuren. Af en toe draait hij zich naar de tribune en schreeuwt wat, waarop de ultra’s terug schreeuwen.
Kennelijk zijn de fans van de SCP niet helemaal tevreden, want aan een ongebruikte tribune aan de overkant hing een spandoek met ‘1000 Mal diskutiert 1000 Mal nix renoviert’. Daarnaast stond, in de hoek, een handjevol Unterhaching-supporters. Ze hadden een hele Sinalco-kraam voor zichzelf, maar waarschijnlijk voor de rest niet zo’n leuke middag. Die mensen kwamen ook helemaal uit Beieren, met de auto 669km rijden volgens Google Maps – via de A45 en A36, zonder oponthoud een reistijd van 5 uur en 46 minuten.

Grote bier

Na de wedstrijd koop ik nog een groen-wit-zwarte clubsjaal – mooi, maar praktisch gezien te kort om er in de winter wat aan te hebben – en stappen we weer in de auto’s om naar het hostel te gaan. Dankzij Route 66 en veel geluk kan ik precies voor de deur van het Nordstern Hostel parkeren. Na het inchecken bij een mooi hostelmeisje betrek ik samen met Joop een kamer. Prima kamer verder, al kraakt de kast als je er langs loopt en is het dekbed aan de kleine kant.
Na een uurtje rust gaan we de stad in om te eten. Jules heeft gereserveerd bij restaurant Köpi-Stuben en zoals het Duitsland betaamt is het er goed eten. Ik ben tevreden met mijn keuze voor een stoofpotje en de eerste pilsjes van de trip smaken uitstekend.

Hierna lopen we een rondje door de stad en blijkt Münster heel wat moois te bieden. Het is ongeveer even groot als Utrecht en in de oorlog grotendeels verwoest, waarna het in de oude stijl herbouwd is. De winkelstraten bestaan uit panden in dezelfde zandkleur en de namen en logos van de winkels zijn allemaal in goudkleur, wat er heel chique uitziet. De herbouwde panden hebben twee jaartallen op de gevel staan; het originele bouwjaar en het jaar van de herbouw. Nog niet opgebouwd is jammer genoeg de kerstmarkt – het was eind november dat we er waren.
Het is er druk die avond, waardoor het even zoeken is naar een café waar we allemaal terecht kunnen. Toen was het wel meteen happy hour. Echt stappen leek echter niet te kunnen in Münster. Voor mij sowieso niet, want ik was vroeg naar bed, maar de rest eindigde uiteindelijk ook maar in de bar van het hotel naast ons hostel. Daar bleek dat het in Duitsland gebruikelijk is om op een laat tijdstip nog uitgebreid te gaan zitten eten.

Jantje van Leiden

De volgende dag gingen we nog wat bezienswaardigheden bezoeken, maar ‘s morgens moet er natuurlijk eerst ontbeten worden. Aan de overkant van de straat zit een bakkerij, waar ik twee kaasbroodjes haal. Dat blijkt niet genoeg te zijn, dus ga ik terug om het grondiger aan te pakken. Ze hebben ook broodjes schnitzel en dat lijkt me wel wat. Dus ik bestel een ‘Hühnerbrustbrötchen’ – of iets in die richting – in de verwachting dat het allemaal niet eens zo ongezond is, aangezien er ook nog groente en ei op zit. Daarbij had ik alleen niet verwacht dat die mevrouw zou los zou gaan met de remouladesaus. Om voor dit gevaarte te compenseren sla ik in de middag ergens een rondje eten over. Het was overigens wel lekker, en ik kreeg eens een keer wat ik bestelde.

In Münster is in 1648 natuurlijk de Vrede van Münster getekend, waarmee een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog. Dat weerhield ze er verder niet van om onder leiding van bisschop Bernhard ‘Bommen Berend’ von Galen in 1672 Nederland binnen te vallen. Succesvol was dit verder niet, en in Groningen herdenken ze dit nog elk jaar tijdens Gronings Ontzet.
Er zijn veel kerken in de stad, waarvan de Dom van Münster natuurlijk de bekendste is. Ook het noemen waard is de Lambertikerk – niet te verwarren met de St. Lambertusparochie in Udenhout. Aan deze kerk hangen ijzeren kooien waar in de zestiende eeuw zogenaamde Wederdopers in werden tentoongesteld. Een van die Wederdopers was Jan van Leiden, op een zeker moment zelfbenoemd koning van Münster. Jan van Leiden propageerde polygamie, had zelf zeventien vrouwen (waarvan hij er schijnbaar eentje onthoofde) en werd, toen zijn koninkrijk viel, uiteindelijk doodgemarteld. Hierna werd zijn lijk tentoongesteld in één van de kooien. Met het bekende spreekwoord heeft dat allemaal niet zo veel te maken.

Andere bezienswaardigheden waar we zijn geweest, zijn de uit 1780 stemmende Wilhelms-Universiteit, het mooie stadsmuseum en de botanische tuin bij de universiteit. Dat laatste is niet echt mijn ding en ik vroeg me daar vooral af of ze het zouden merken als iemand een paar dingen zou verwisselen.
‘s Avonds aten we nog bij Gasthaus Stuhlmacher, waar ik zelf aan de salade (wegens het broodje kipschnitzel) en de Jever ‘Fun’ (wegens het autorijden) ga, om daarna over de opvallend slecht verlichte Duitse wegen weer terug naar Utrecht te gaan.

Kort samengevat: mooie stad, mooie trip, maar voor het voetbal hoef je het niet te doen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *